|
De gerestaureerde memorielijst van het Brugse ambacht van de beeldenmakers en
zadelmakers dateert van het einde van de 15de eeuw. De eigenlijke memorielijst
bestaat uit 32 perkamenten bladen, die rond 1912 door Charles Vanden Haute in
potlood zijn gepagineerd (1-64). De bladen zijn min. 18,7 cm en max. 19,5 cm
breed en 26,5 tot 27,1 cm hoog. De bladspiegel meet 10,8 x 16 cm en bestaat uit
18 lijnen, getrokken in rode inkt. Het originele boekblok is samengesteld uit
één katern van twee dubbele bladen (p. 1-8) gevolgd door twee katernen van vier
dubbele bladen (p. 9-24 en 25-40), één katern van twee dubbele bladen (p. 41-48)
en één katern van vier dubbele bladen (p. 49-64).
De memorielijst was oorspronkelijk, d.w.z. vanaf het eind van de 15de eeuw,
geschreven in gotisch boekschrift (littera textualis formata), waarbij de meeste
hoofdletters in geel werden opgehoogd. De klerken die naderhand het register
hebben aangevuld poogden tot in de 16de eeuw, meestal met wisselend succes, dit
schrifttype aan te houden. Vanaf het begin van de 17de eeuw werden ook
humanistische kapitalen gebruikt en vanaf het begin van de 18de eeuw zijn de
aantekeningen in een gewoon lopend cursief gebruikschrift aangebracht. In het
15de -eeuwse gedeelte, op de p. 1-7, is de tekst van de gebeden voor de
overledenen, verlucht met afwisselend gouden en blauwe hoofdletters, opgehoogd
met zwart of rood penwerk, en met lombarden van twee of drie regels hoog in goud
op blauw en rood met wit filigraanwerk. De memorielijst zelf begint op p. 9 met
een ornamentele initiaal van drie regels hoog, in blauw, rood en wit op een
gouden achtergrond. Bij de lombarden zijn in de marge de representanten in
cursief schrift soms nog zichtbaar. Vóór het 15de-eeuwse gedeelte bevindt zich
nog een papieren dubbelblad, dat waarschijnlijk in de eerste helft van de 16de
eeuw werd toegevoegd, met nogmaals een tekst van de gebeden voor de overledenen
in gotisch boekschrift van de 16de eeuw (littera cursiva formata), versierd met
één initiaal, twee lombarden van twee regels hoog en talrijke hoofdletters,
steeds uitgevoerd in rood.
De originele leren band op eikenhouten borden is nog gedeeltelijk bewaard. De
versiering op het voor- en achterplat bestaat uit een rechthoekig vlak omlijst
door twee rijen dubbele filets, met daartussen driehoekige draakstempels. In
deze rechthoeken zijn dan nog door twee rijen dubbele filets ruitvormige en
driehoekige vlakken aangebracht, met binnen die vlakken losse stempels (lelies
en rechthoeken). Dergelijke versiering is zeer gewoon voor laatmiddeleeuwse
Vlaamse boekbanden. Oorspronkelijk bevond zich tegen het binnenplat vooraan nog
een perkamenten dekblad, het laatste blad van een versneden 14de-eeuws
handschrift met de inhoudsopgave van een moraaltheologisch traktaat. De
recto-zijde met de tekst was oorspronkelijk tegen het binnenplat van de boekband
geplakt. Op de blanco verso-zijde werden naderhand enkele probationes pennae
('penneprobeersels') aangebracht.
|