Ovidius, Metamorphoses, in Franse prozabewerking.

Brugge : Colard Mansion, mei 1484. – 391 f.°; ill.

Exemplaar: verluchting met versierde initialen en met randwerk ; provenancegegevens van Karel van Croÿ (einde 15de eeuw)

Brugge, Openbare Bibliotheek, 3877



Ovidius’ Metamorphoses

De kerntekst vormt de Metamorphoses van de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso (43 v. Chr.-17 n. Chr.), een epos in vijftien boeken dat een historisch verhaal brengt, vanaf de oertijd tot de eigen tijd. Daartoe ontleent hij zijn stof aan de grote literaire voorgangers, vooral Homerus en Vergilius. Zijn benaderingswijze is origineel: het leidend motief is dat van de gedaanteverwisseling, van Chaos die Kosmos wordt tot en met Julius Caesar die wordt vergoddelijkt. Ter zelfder tijd vormt zijn epos een ‘metamorfose’ van de traditionele, oude geschiedenis.

De Metamorphoses van Ovidius vormen een hoogtepunt in de antieke literaire traditie. De nawerking was en is indrukwekkend. Tijdens de middeleeuwen bleef deze tekst lezers en vooral bewerkers vinden en vanaf de Renaissance grepen geleerden en kunstenaars opnieuw terug naar de brontekst. Eeuwenlang vormden Ovidius’ metamorfosen, naast de Bijbel, de belangrijkste iconografische bron voor beeldende kunstenaars. Vandaag blijft Ovidius’ heldendicht gelden als dé ‘Who is who’ van de antieke mythologie en wordt het graag gelezen en intens bestudeerd, vertaald en bewerkt. Een uitstekende Nederlandse vertaling is van de hand van M. d’Hane-Scheltema (Amsterdam: Athenaeum-Polak&Van Gennep, 1993).

De Ovide moralisé

De tekst die de Brugse drukker Colard Mansion in 1484 op zijn drukpers legt is een middeleeuwse bewerking, die ver af staat van de oorspronkelijke Metamorphoses. De oorspronkelijke indeling in vijftien boeken en de grote verhaallijn blijven behouden. Wel is de tekst op plaatsen herschikt: een gedeelte van de 250 verhalen (fables) is weggelaten of verplaatst, nieuwe verhalen werden ingelast. Er zijn prologen aangemaakt en vooral worden in een nieuw inleidend hoofdstuk alle goddelijke hoofdrolspelers voorgesteld (Minerva, Juno, Neptunus, Pan, Bachus, Pluto, Hercules, enz.).

Daarenboven is het nu een prozatekst geworden en vertaald naar het Frans. De belangrijkste aanpassing ligt in de allegorische, moraliserende toevoegingen. Bijna steeds wordt aan een afgerond verhaal een verlengstuk gebreid die aanstuurt op wat deze tekst voor de middeleeuwse lezer kan betekenen. Het was een geëigende manier om de lectuur van antieke, heidense teksten binnen een christelijke samenleving te legitimeren.

De incunabeleditie verzorgd door Colard Mansion is geïllustreerd. Ook dat is kenmerkend voor de middeleeuwse tekstoverlevering. Handschriften zijn voorzien van miniaturen en oude drukken van houtsneden.

De weg van Ovidius Metamorphoses naar Colard Mansions Ovide moralisé is dus lang en loopt doorheen een complex netwerk van afhankelijkheden, waarover het laatste woord nog niet is gezegd. Bepalend in de tekstoverlevering zijn de bewerkingen van Petrus Berchorius, een Frans geestelijke uit de 14de eeuw, en, in laatste instantie, van Colard Mansion zelf. Het illustratieschema leunt deels aan bij de eigentijdse miniatuurkunst en kan deels aanspraak maken op originaliteit.

Een gedrukt luxeboek van Colard Mansion

De vroegste druk van de Franse prozatekst (Ovide moralisé) is deze van Colard Mansion. Deze wiegendruk (boeken gedrukt tot en met 1500) geldt als de ‘schitterendste incunabel gedrukt in de Nederlanden’.

De librariër (boekondernemer) Colard Mansion was een spilfiguur in het bloeiende boekenbedrijf in Brugge tijdens de tweede helft van de 15de eeuw. Hij stond in voor “Bourgondische” luxehandschriften en voor een indrukwekkend fonds gedrukte boeken. Handschriften en incunabelen richtten zich naar een aristocratisch lezerspubliek. Met het gedrukte boek en met de daarmee samengaande experimenten inzake boekillustratie poogde hij het luxemanuscript te perfectioneren (Paul Saenger).

Het drukatelier van Mansion kwam tot stand in samenwerking met William Caxton; vanaf 1476 werkte hij voor eigen rekening. Van zijn drukkersfonds (1476-1484) zijn vandaag vijfentwintig edities bekend. Dat maakt Mansion tot de belangrijkste Brugse incunabeldrukker. De Ovide moralisé, afgewerkt in mei 1484, was zijn laatste werk. Mansion verliet kort daarop Brugge, spoorloos. Mansions Ovidius was een hoogtepunt én een eindpunt van het Bourgondische, gedrukte luxeboek.